De Vlaamse overheid wil het evenwicht tussen thuiswerk en kantoorwerk bijsturen. Minister Hilde Crevits heeft beslist dat ambtenaren voortaan nog maximaal de helft van hun werktijd thuis mogen werken. De maatregel moet vooral de samenwerking en verbondenheid binnen teams versterken.
Tijdens de afgelopen jaren is thuiswerk stevig ingeburgerd geraakt. Toch merkt de overheid dat een overmaat aan thuiswerk ook nadelen heeft. Vooral de sociale cohesie binnen teams en de informele uitwisseling tussen collega’s staan onder druk. Net die spontane contacten blijken cruciaal voor een goede samenwerking en een sterke organisatiecultuur.
Concreet betekent de nieuwe richtlijn dat ambtenaren gemiddeld twee tot drie dagen per week op kantoor zullen werken. Daarmee kiest Vlaanderen duidelijk voor een hybride model, waarbij flexibiliteit behouden blijft, maar fysieke aanwezigheid opnieuw een belangrijkere rol krijgt.
De discussie raakt aan een bredere trend: hoe combineer je de voordelen van thuiswerk – zoals efficiëntie en werk-privébalans – met de nood aan verbinding en samenwerking? De Vlaamse overheid legt de nadruk opnieuw iets meer op dat laatste.

