ga('set', 'userId', 'USER_ID'); // De gebruikers-ID instellen op basis van de ingelogde user_id.
Snel zoeken

Personeelsmobiliteit met naburige gemeenten: een opportuniteit ?

bron: Vlaamse Regering, 14 10 2022 17-10-2022 14:50
Categorieën: Overheid - kandidaat, Overheid - werkgever

Bron: Vlaamse Regering, 14 oktober 2022. ONTWERP VAN DECREET over regiovorming en tot wijziging van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

Het ontwerpdecreet voorziet ook in een stimulans voor samenwerking tussen lokale besturen binnen eenzelfde referentieregio, en wel op het vlak van personeelsmobiliteit. Naar analogie met de mobiliteit tussen personeelsleden van gemeenten en OCMW’s na  een  principiële  beslissing  tot  samenvoeging  (zie  artikel  356/2  DLB  –  de 24/35 samenvoegingsmobiliteit)  wordt  de  mogelijkheid  tot  ‘regiomobiliteit’  voorzien  in een  afgebakend  (al  dan  niet  aaneengesloten)  gebied  dat  overeenstemt  met  de  grenzen  van  twee  of  meer besturen die  binnen  eenzelfde  referentieregio  vallen.  

Regiomobiliteit kan enkel binnen de referentieregio georganiseerd worden.

Het gaat om de volgende besturen:

- de gemeenten,

- de OCMW’s,

-  de  autonome  gemeentebedrijven  (AGB’s) op  voorwaarde  dat  de  gemeente  die  het  autonome  gemeentebedrijf  heeft  opgericht  of  erin  deelneemt,  zelf  ook  deel-neemt aan de regiomobiliteit,  

-  de intergemeentelijke  samenwerkingsverbanden  met  rechtspersoonlijkheid  (de PV’s, de DV’s en   de OV’s, al dan niet met private deelname)  op voorwaarde dat alle gemeenten die lid zijn van dat intergemeentelijk samenwerkingsverband zelf ook deelnemen aan de regiomobiliteit,

- de welzijnsverenigingen (WV’s), op voorwaarde dat alle OCMW’s die lid zijn van de welzijnsvereniging, zelf ook deelnemen aan de regiomobiliteit.

 

Het lokaal bestuur bepaalt

Enkel als  de  moederbesturen  ook  deelnemen  aan  de  regiomobiliteit,  kunnen  de  AGB’s, PV’s, DV’s, OV’s (al dan niet met private deelname) en WV’s deelnemen aan de regiomobiliteit. Op die manier is het voor de verzelfstandigde entiteiten of samenwerkingsvormen niet mogelijk om in te gaan tegen een (uitdrukkelijke) keuze van de gemeente of het OCMW om niet deel te nemen aan de regiomobiliteit. De besturen die gebruik willen maken van de regiomobiliteit, moeten dit bepalen in hun rechtspositieregeling.

 

Rechtspositieregeling afstemmen

In    tegenstelling tot de samenvoegingsmobiliteit waarbij de besturen eenzelfde regeling van mobiliteit moeten bepalen,  zijn de besturen niet verplicht eenzelfde regeling van regiomobiliteit te bepalen. Hoewel het geen verplichting vormt, houdt de keuze voor regiomobiliteit toch best een oefening in waarbij de rechtspositieregelingen op elkaar afgestemd worden. Dit zal het proces van regiomobiliteit vereenvoudigen.

De vaststelling van de rechtspositieregeling gebeurt, onverminderd de mogelijkheden  tot  delegatie  aan  het  college  van  burgemeester  en  schepenen  en  het  vast  bureau (zie artikelen 56 en 84 DLB), door de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk  welzijn.  

De  rechtspositieregeling  van  het  gemeentepersoneel  is  van  rechtswege van toepassing op het personeel van het OCMW dat de gemeente bedient en dat een betrekking bekleedt die ook bestaat bij de gemeente (artikel 186 DLB). Wanneer dat niet het geval is, stelt de raad voor het maatschappelijk welzijn een eigen rechtspositieregeling vast.

De raad van bestuur legt de rechtspositieregeling  voor  de  intergemeentelijke  samenwerkingsverbanden  en  de  verenigingen  en vennootschappen voor maatschappelijk welzijn  vast,  eveneens  onverminderd  de mogelijkheid tot delegatie aan het personeelslid dat aan het hoofd van het personeel staat (artikel 458, §1, derde lid, DLB).De betrokken besturen die gebruik willen maken van de regiomobiliteit, bepalen in een  beheersovereenkomst  de  voorwaarden  die  van  toepassing  zijn  vooraleer  ze  van de regiomobiliteit gebruik kunnen maken. De regeling zoals bepaald in paragrafen 3 tot en met 5 wordt hierbij in acht genomen. Daarnaast leggen ze de procedure en de nadere modaliteiten voor de toepassing van de regiomobiliteit (bv. behoud van rechten en plichten, meenemen historiek zoals uitgeput onbetaald verlof...) vast in een beheersovereenkomst. 

 

Regiomobiliteit en personeelsprocedures


 Concreet maakt regiomobiliteit personeelsmobiliteit in de afgesproken gebiedsafbakening mogelijk voor:

-een procedure voor interne personeelsmobiliteit bij een ander bestuur uit het afgebakende gebied;

-een bevorderingsprocedure bij een ander bestuur uit het afgebakende gebied;

-een wervings- of bevorderingsreserve van een ander bestuur uit het afgebakende gebied aanwenden.

De regiomobiliteit dient de verplichting uit artikel 183, §1, eerste lid, DLB in acht te nemen. Ieder OCMW moet te allen tijde ten minste een maatschappelijk werker in dienst hebben als personeelslid. De rechtspositieregelingen van de besturen uit het afgebakende gebied dienen hiermee rekening te houden. Naar analogie met wat het geval is bij de samenvoegingsmobiliteit, is de regiomobiliteit niet van toepassing op de zgn. decretale graden. Voor hen blijft de functiespecifieke regeling gelden.  

Kring vzw gebruikt cookies om bepaalde voorkeuren te onthouden en vacatures af te stemmen op je interesses.
Close