google.com, pub-3715436742152423, DIRECT, f08c47fec0942fa0
Snel zoeken

Vrije meningsuiting in de Wetstraat

Bron: actua, divers 23-2-2026 13:43
Categorieën: Overheid - kandidaat, Overheid - werkgever

De politieke heisa van de voorbije week speelde zich af in de Wetstraat. Conner Rousseau kreeg een inreisverbod voor de Verenigde Staten na een aanvaring met de Amerikaanse ambassadeur, die niet opgezet was met een vlog waarin Rousseau zijn betoog over ICE illustreerde met Hitlerbeelden. Rousseau verwees naar een fundamenteel principe: het komt een ambassadeur niet toe te bepalen wie hier wat mag zeggen. Vrije meningsuiting, weet u wel.

Dat standpunt is juridisch moeilijk te betwisten. In een democratische rechtsstaat mag iedereen zijn mening uiten, ook wanneer die scherp of controversieel is. Als partijvoorzitter hoeft Rousseau bovendien niet iedereen te vertegenwoordigen, maar vooral zijn achterban. In een gepolariseerd landschap is dat nu eenmaal de logica van het politieke debat.

Toch verandert de context wanneer partijpolitiek raakt aan regeringsverantwoordelijkheid. Rousseaus partij levert ministers. Wanneer uitspraken diplomatieke gevolgen kunnen hebben, verschuift de vraag van “mag dit gezegd worden?” naar “is het verstandig dat iemand in de nabijheid van de uitvoerende macht dit zegt?”. Vrije meningsuiting blijft overeind, maar de institutionele impact wordt relevanter.

Dat spanningsveld is herkenbaar in organisaties. Werknemers hebben recht op een mening, maar ook een loyaliteitsverplichting tegenover hun werkgever. Wie zijn bedrijf publiek beschadigt, kan moeilijk verwachten dat dit zonder gevolgen blijft. Tegelijk veronderstelt loyaliteit geen kritiekloze volgzaamheid. Dat bleek ook in de nasleep van de verkiezing van Olga Lombardo tot Miss België, waar publieke verdediging en publieke kritiek botsten binnen de organisatie Miss België.

De parallel met ambtenaren is duidelijk. Ook zij genieten vrije meningsuiting, maar hun functie brengt neutraliteit en terughoudendheid mee. Hoe dichter men bij de uitvoerende macht staat, hoe zwaarder die verantwoordelijkheid weegt. Woorden zijn dan niet louter persoonlijk, maar institutioneel geladen.

De kernvraag is dus niet of een ambtenaar, politicus of werknemer een mening mag hebben. De vraag is hoe en in welke context die mening wordt geuit, en of zij het vertrouwen in de organisatie of de overheid schaadt. Vrijheid en loyaliteit zijn geen tegenpolen, maar begrenzen elkaar voortdurend. Wie verantwoordelijkheid draagt, spreekt nooit helemaal als privé-persoon — en precies daarin schuilt de uitdaging.

(CDM)

Kring vzw gebruikt cookies om bepaalde voorkeuren te onthouden en vacatures af te stemmen op je interesses.
Close